Nieuws

Hans van Hechten over zijn tijd als bestuurder

22 februari 2018

Vanaf 1989 tot eind 2017 is Hans van Hechten bestuurlijk actief geweest bij wat indertijd de VvL heette, nu de Auteursbond. Met zijn vertrek uit het bestuur van het Sociaal Fonds Letterkundigen komt het einde aan deze lange, productieve periode. We vroegen Hans wat van zijn herinneringen op papier te zetten.

Hoe is dat allemaal begonnen?

In 1987 volgde ik een cursus scenarioschrijven op uitnodiging van de NOS. Ik had wat hoorspelen geschreven en op basis daarvan werd ik geacht me ook te bekwamen in het schrijven van scenario voor TV. De cursus werd gegeven door Hugo Heinen en Rutger Jan Achterberg. Hugo kende ik nog vanuit mijn studententijd. We waren toen allebei actief op toneelgebied. Het was bijzonder elkaar weer op deze wijze te ontmoeten en dit werd, zoals gebruikelijk in die tijd, rijkelijk gevierd met jenever en diepe gesprekken.

In die cursus raakte ik ook bevriend met een jonge schrijver Ad de Buck, die helaas op vroege leeftijd overleed, geveld door het aidsvirus. Samen met hem heb ik nog wel een poging gedaan om een opzet te maken voor een TV-serie. Het zou een parodie worden op de gezondheidszorg onder de titel ‘In vertrouwde handen’. De omroep aan wie wij het prachtige idee aanboden, zag er niets in. Ook later heeft het tussen mij en TV nooit echt geklikt. Wel heb ik dierbare herinneringen aan de samenwerking met Ad.

En niet te vergeten, de vriendschap met Hugo heeft verstrekkende gevolgen gehad.

Hij raadde me aan lid te worden van de VvL. Ik was toen begin veertig, toch al niet heel erg jong meer, maar toen wij de vergaderzaal in het Carlton betraden, zag ik alleen maar veel oudere en grijze schrijvers. Hugo fluisterde mij later in: “Toen jij die zaal binnenkwam, daalde de gemiddelde leeftijd met enorme sprongen.”

Dat was mijn introductie bij de VvL.

Werkgroep Dramaschrijvers

Er bestond in die tijd een werkgroep Dramaschrijvers. Ik bezocht een van de vergaderingen die toen voorgezeten werd door Jan Boerstoel. Eén bezoek was kennelijk genoeg voor Jan om mij uit te nodigen tot het bestuur van de werkgroep toe te treden. Ik kan mij niet herinneren dat ik iets gezegd heb bij die vergadering, maar kennelijk zag Jan iets in mij. Hoe dan ook, ik werd bestuurslid en na nog geen half jaar vroeg Jan mij om voorzitter te worden in zijn plaats. Dat was wel heel snel, maar toch, ik vond het eervol en begon vol enthousiasme. Het was wel een bijzonder plezierig bestuur, bestaande uit Ger Beukenkamp, Per Justesen, Karlijn Stoffels en later Hetty Heyting. Ger introduceerde mij al snel bij toneelgroep Toetssteen en ik heb daar vele mooie stukken mogen schrijven en regisseren. Ook met Karlijn heb ik nog steeds contact.

Ik kan mij herinneren dat ik soms niet goed wist hoe ik op allerlei vragen van de werkgroepleden moest antwoorden. Ik herinner me nog een vraag van een toneelschrijver waar ik geen raad mee wist. Die vraag luidde: “Hoe kan ik verbieden dat mijn toneelstuk gespeeld wordt?”  Gelukkig was Mette Meijer bij die vergadering aanwezig en die maakte duidelijk dat auteursrecht een verbodsrecht is. Weer wat geleerd!

In die tijd organiseerden wij een soort monsterproductie: De Nacht van het Hoogste Woord. Alle toneelschrijvers in Nederland werden uitgenodigd om gezamenlijk een toneelstuk te schrijven. Met de belofte dat het ook daadwerkelijk gespeeld zou worden. Een ambitieus plan. We hadden een jongeman aangesteld om dit allemaal te organiseren. Op een bepaald moment dreigde het hele project te stranden. De jongeman wilde geld zien en dreigde met een proces. Gelukkig heeft Hugo Verdaasdonk, toen voorzitter van de VvL, dit allemaal weten te keren. En tenslotte is dit gigantische toneelstuk toch gespeeld gedurende een hele nacht in Arnhem, onder de bezielende leiding van Agaath Witteman.

Maar er doemde nog een ander probleem op. Jan had mij niet voor niets voorzitter gemaakt. Er was in die tijd grote ontevredenheid over de manier waarop TV-scenarioschrijvers door de omroepen behandeld werden. Er bestonden zelfs geen aparte contracten. Je kreeg een velletje papier, een uitnodiging met een aanhangsel, de zogenaamde Algemene Bepalingen. Daar stond onder andere in dat je je instrument mee moest nemen naar de repetitie. Handig voor schrijvers.

Er waren al onderhandelingen met de omroepen, het zogenaamde HOCO-overleg. Daar waren wel juristen bij betrokken, ook van de schrijverskant (Rob du Bois, met wie ik later nog veel persoonlijk contact heb gehad, hij woonde bij mij in de buurt, maar is inmiddels overleden), maar die onderhandelingen waren buitengewoon moeizaam. Van omroepzijde was de onderhandelaar ene Bauke (Geertsen?). Deze Bauke werd alom gevreesd, zegde altijd vlak voor de bijeenkomsten af, zodat we hem nooit te zien kregen, en als er besluiten genomen waren, werden die door hem weer teruggedraaid. Een beschamende situatie, vind ik nog steeds. Wel werd ik geacht te overleggen met een van Bauke’s medewerkers, de heer Rolloos, die zijn naam eer aan deed. Wij bereidden samen de vergaderingen voor onder het genot van een gebakje in een lunchroom aan het Rokin, maar zoals gezegd het leidde tot helemaal niets.

De scenarioschrijvers waren terecht boos. Er werd een bijeenkomst georganiseerd, ook weer in dat chique Carltonhotel met sprekers als Aad Nuis en ongetwijfeld ook Kees Holierhoek. Ik heb die vergadering voorgezeten, inwendig wanhopig, want zelf geen TV-schrijver. Hoe moest ik dit allemaal in goede banen leiden? Wat een klus.

Die gesprekken met HOCO hebben geduurd tot 1994 voor zover ik kan nagaan. Uiteindelijk is er wel een standaardcontract tot stand gekomen, maar ook dat is na enkele jaren weer door de omroepen eenzijdig de nek omgedraaid. Een droevig verhaal.

Het Netwerk

In 1994 werd het Netwerk Scenarioschrijvers opgericht. Daarmee verdween ook de Werkgroep Dramaschrijvers. Ik nam zitting in het oprichtingsbestuur onder voorzitterschap van Willem Capteyn. Ik zou me in dit bestuur voornamelijk bezig houden met het hoorspel. We hebben zelfs op een bepaald moment besloten een actie voor behoud van het hoorspel op touw te zetten (1996). De politiek bleek weinig geïnteresseerd, alleen het CDA toonde belangstelling in de persoon van Maxime Verhagen. We hadden een plezierig gesprek met hem, maar dit heeft niet kunnen verhinderen dat het hoorspel nu vrijwel geheel verdwenen is.

Nieuw voor mij was dat dit bestuur nu ook werkgever werd. We moesten functioneringsgesprekken houden met de medewerkers, en vooral die met Lucette Bronk verliepen soms moeizaam. Ook bij haar aanstelling werden we geconfronteerd met lastige zaken. Lucette vertrok na een paar jaar, maar ook met haar opvolgster was het eveneens soms lastig onderhandelen.

VvL

Om het contact met de VvL te onderhouden werd ik afgevaardigd naar het VvL-bestuur. Daar heb ik een aantal jaren deel van uitgemaakt. Voorzitters kwamen en gingen: Alex Rijnders, de man met de pijp, Toine Duijckx korte tijd, Graa Boomsma die na een conflict met de vertalers vertrok en tenslotte Marijke Spies. Ik vond haar een verademing, de beste voorzitter die ik ooit heb meegemaakt. Samen met Wim Jurg heeft ze de VvL weer uit het slop gehaald. Merkwaardig genoeg voelde ik me in het literaire milieu van de VvL wat meer op mijn plaats dan tussen de scenarioschrijvers van het Netwerk. Samen met Thomas Verbogt organiseerde ik symposia voor toneelschrijvers. Tijdens het eerste symposium, in een bovenzaaltje van Eik en Linde, werd het plan geboren voor een standaardcontract ten behoeve van toneelauteurs. Samen met Kees Holierhoek en Thomas voerden we gesprekken met VNT in de periode 199-2002 en die hebben inderdaad geleid tot een nieuw te gebruiken standaardcontract.

In die periode hebben Thomas en ik een folder samengesteld met zakelijke informatie voor alle schrijvers binnen het theater. Het werd heel mooi vormgegeven door Suzan Beijer.

In 2003 ben ik vertrokken uit het VvL-bestuur. Marijke Spies gaf mij als afscheidscadeau de opdracht een jury samen te stellen voor de toneelprijs van het Charlotte Köhlerfonds. Samen met recensente Marian Buijs en dramaturg Ruud Engelander hebben wij met veel plezier het repertoire van het recente Nederlandse toneel doorgespit en tenslotte de prijs uitgereikt aan Rob de Graaf.

Werkgroep Theater

Een officiële werkgroep voor theater bestond nog steeds niet. In 2007 heb ik deze opgericht samen met Nirav Christophe. Later kwamen Sophie Kassies en Tom Sijtsma daar bij.  De Werkgroep Theater was een feit.

We organiseerden interessante symposia en de werkgroep is geworden tot een actief en zinvol onderdeel van de VvL, nu Auteursbond.

In 2012 ben ik opgestapt als voorzitter, omdat ik vond dat de werkgroep wel weer een nieuwe impuls kon gebruiken. Mijn opvolger Don Duijns heeft dat voortreffelijk gedaan.

Sociaal Fonds

Intussen werd ik gevraagd om bestuurslid te worden van het Sociaal Fonds Letterkundigen. Samen met Peter Smit in 2008 waren wij de nieuwe bestuursleden, toegevoegd aan de al zittenden  Else Flim, Bert Hollink en Hans van de Heuvel. Ik heb het mooi en interessant werk gevonden, niet in de laatste plaats omdat je met dit fonds zoveel schrijvers in nood kunt helpen. Soms was het lastig een beslissing te nemen, maar we kwamen er altijd uit.

Heel blij was ik met de nieuwe voorzitter Aad Kok. Er ging een andere wind waaien, vooruitstrevend en zakelijk. In het laatste jaar zijn er mooie ontwikkelingen geweest door de brainstormsessies die wij met Auteursbond en LIRA gehouden hebben.

Nu het zo goed ging met het Fonds vond ik de tijd rijp om mij terug te trekken. De belangrijkste reden  hiertoe is evenwel dat ik vond lang genoeg bestuurlijk werk te hebben verricht binnen VvL en Auteursbond. Het houdt een keer op.

Maar met dankbaarheid kijk ik terug.

Hans van Hechten